Het gebouw
Het Vredespaleis is in zes jaar tijd gebouwd. In 1913 opende het zijn poorten. Het is een groot, carrévormig gebouw met een plint van grijze Belgische natuursteen en gevels van rode Hollandse baksteen in een eclectische neorenaissancistische stijl. Het heeft schuine leisteen daken, twee verschillende torens en een westelijke gevel die visueel weinig onderdoet voor de kwaliteit van de voorgevel.
Het Paleis met zijn entreegebied en omliggende tuinen is op een classicistische manier geordend: op de noord-zuid as met een sterke symmetrie in de assenstructuur en de verdeling van de ruimte.
Het gebouw heeft een bescheiden binnencour met fontein. Om het gebouw liggen tuinen die tot de meest geslaagde ontwerpen behoren van de Engelse landschapsarchitect Thomas Mawson. Voor de vijvers maakte Mawson handig gebruik van een natuurlijke waterloop door het terrein, de beroemde Haagse Beek. Deze beek ontspringt in de nabijgelegen duinen van Kijkduin en stroomt nog steeds (via een watergang onder de vijvers) door naar een waterpartij in het centrum van Den Haag, de zogeheten Vijverberg.
Het Vredespaleis is door zijn locatie, zijn volume en architectonische kwaliteit een gebouw van on-Nederlandse grandeur. Dat was ook precies de bedoeling. Meer dan om de huisvesting van een gerechtelijke organisatie ging het bij dit project om de belichaming van een idee. Wat het Hof in de beginjaren als internationale juridische instelling aan gezag tekort kwam, compenseerde het ruimschoots door het imposante karakter, de kunstzinnige aankleding en uitbundige symboliek van zijn behuizing.
Het Vredespaleis paste volledig bij de droom van een wereldvrede zoals die werd gekoesterd op de eerste Haagse Vredesconferentie. Na zijn voltooiing werd het dan ook toegejuicht als een waar droompaleis voor de wereldvrede, even ‘machtig en grootsch als de idee van den wereldvrede zelve’, in de woorden van een ontroerde schrijver uit die dagen.